Verlofregels

De Leerplichtwet en vrijstelling van geregeld schoolbezoek / verlof onder schooltijd

De afdeling Leerlingzaken van de gemeente Arnhem zet in dit document de wet- en regelgeving met betrekking tot extra en bijzonder verlof op een rij. Binnen het onderwijs ontstaan er in de concrete toepassing daarvan regelmatig vragen. Ook wordt onderling verschil in de toepassing van de regels geconstateerd.

Hieronder worden eerst de van toepassing zijnde wetsartikelen van de Leerplichtwet behandeld, nl:
1.extra vakantieverlof
2.verlof wegens andere gewichtige omstandigheden
3.vrijstelling voor religieuze verplichtingen

Daarna wordt ingegaan op jurisprudentie en worden enkele handige tips gegeven.In de bijlage wordt de wettelijke context en daarmee samenhangende procedurele zaken besproken.

De te gebruiken formulieren zijn te downloaden van de website van de gemeente Arnhem: www.arnhem.nl > wonen en leven > jeugd en onderwijs > leerplicht en verzuim > schoolverlof.

1. Extra vakantieverlof wegens beroep van (één van de) ouders (art. 11 onder f en art. 13 van de Leerplichtwet 1969)

Het hoofd van de school beoordeelt deze aanvragen voor verlof (kan tot max. 10 schooldagen).

Er is wettelijk géén mogelijkheid tot extra vakantieverlof méér dan 10 dagen; hiervoor verwijzen naar de leerplichtambtenaar heeft dus geen zin en wekt verkeerde verwachtingen. In overleg met de scholen in Arnhem is de afspraak dat bij aanvragen onder de 10 schooldagen waarover het hoofd van de school twijfelt aan de contact-leerplichtambtenaar advies wordt gevraagd. Het moet wel duidelijk blijven en ook gecommuniceerd naar ouders dat niet de leerplichtambtenaar maar de school beslist.

Vakantie onder schooltijd kan alleen als de leerling tijdens geen enkele reguliere schoolvakantie ten minste 2 weken op gezinsvakantie kan door de specifieke aard van het beroep van (één van) de ouders. Bij ‘specifieke aard van het beroep’ moet worden gedacht aan seizoensgebonden werkzaamheden, resp. werkzaamheden in bedrijfstakken die een piekdrukte kennen, waardoor het voor het gezin feitelijk onmogelijk is om tijdens de reguliere schoolvakanties 2 weken op vakantie te gaan. Het gaat dan in de meeste situaties erom dat de aanvrager eigenaar/directeur is van het bedrijf. Is men in loondienst dan kan de aanvraag niet automatisch worden goedgekeurd omdat het maken van afspraken over vakanties een zaak is tussen werkgever en werknemer waarbij rekening gehouden dient te worden met de schoolvakanties.

Voldoet men aan de gestelde eisen dan mag het hoofd van de school éénmaal per schooljaar de leerling vrij geven, zodat er toch een gezinsvakantie kan plaatshebben. Het betreft dan de enige gezinsvakantie in dat schooljaar. De aanvraag moet ondersteund worden met bewijsstukken (kopie KvK en/of verklaring van werkgever) en een toelichting waaruit de specifieke aard van het beroep van de betrokkene ouder blijkt. Tevens moeten de ouders toelichten wat de reden is van hun aanvraag. Het moet redelijkerwijs te voorzien zijn (en/of worden aangetoond) dat een vakantie in de schoolvakanties tot onoverkomelijke bedrijfseconomische problemen zal leiden.

Verder dienen de ouders met de volgende voorwaarden rekening te houden:
- in verband met een eventuele bezwaarprocedure moet de aanvraag tenminste acht weken van tevoren bij de directeur worden ingediend, tenzij de ouders kunnen aangeven waarom dat niet mogelijk was;
- de verlofperiode mag niet meer dan 10 schooldagen beslaan;
- de verlofperiode mag niet in de eerste twee weken van het schooljaar vallen.

2. Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden (art. 11 onder g en art. 14 van de Leerplichtwet 1969)

Aanvragen tot max. 10 schooldagen vallen onder de bevoegdheid hoofd van de school. Met de scholen in Arnhem is afgesproken dat bij twijfel over het te nemen besluit overleg gezocht wordt met de contact-leerplichtambtenaar.

De bevoegdheid van de leerplichtambtenaar begint vanaf 11 schooldagen. Deze beslist nadat hij het hoofd van de school heeft gehoord.

Het uitgangspunt bij de beoordeling van de aanvragen wegens gewichtige omstandigheden is: het moet gaan om externe, veelal buiten de wil van de leerplichtige of de ouders gelegen omstandigheden waarvoor extra verlof nodig is, zodat hiermee een kennelijk onredelijke situatie voorkomen kan worden. De periode dient altijd zo kort mogelijk te zijn. De beoordeling hiervan is echter altijd maatwerk. Verlof vanwege andere gewichtige omstandigheden kan wel worden toegekend in de eerste twee weken na de zomervakantie.

Bij het indienen van de aanvraag dient men de nodige stukken die de aanvraag ondersteunen toe te voegen. (bv. trouwkaarten, rouwkaarten en doktersverklaring).

Onder andere gewichtige omstandigheden vallen:
• een verhuizing: maximaal 1 schooldag;
• een huwelijk van bloed- of aanverwant t/m de 3e graad (zie kader):
- in de gemeente Arnhem: maximaal 1 schooldag
- buiten de gemeente Arnhem: maximaal 2 schooldagen
- in het buitenland: maximaal 5 schooldagen
• ernstige levensbedreigende ziekte zonder uitzicht op herstel van bloed- of aanverwant tot en met de 3e graad: geen max. termijn
• overlijden van bloed- of aanverwant:
- 1e graad: binnen Nederland, maximaal 5 schooldagen
- 2e graad: binnen Nederland, maximaal 2 schooldagen
- 3e en 4e graad: binnen Nederland, maximaal 1 schooldag
- 1e t/m 4e graad: in het buitenland, maximaal 5 schooldagen
• een 25, 40 en 50-jarig ambtsjubileum én het 12½, 25, 40, 50 en 60-jarig huwelijksjubileum van ouders/verzorgers of grootouders: maximaal 1 schooldag
• voor andere naar het oordeel van het hoofd van de school / de leerplichtambtenaar gewichtige omstandigheden: geen max. termijn vastgesteld
• vakantieverlof is geen gewichtige omstandigheid

1e graad: ouder / kind
2e graad: zus / broer / grootouder / kleinkind
3e graad: oom / tante (broer / zus van ouder), neef / nicht (kind van broer / zus) / overgrootouder /achterkleinkind
4e graad: oudoom / oudtante (broer / zus van grootouder), neef / nicht (kind van broer / zus van ouder) / achterneef / achternicht (kleinkind van broer / zus) / betovergrootouder

3. Verlof vanwege religieuze verplichtingen (art. 11 onder e, art. 13 van de Leerplichtwet 1969)

Wanneer de leerling plichten moet vervullen die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging, bestaat er recht op vrijstelling. Volgens de Leerplichtwet 1969 dient een verlofaanvraag op religieuze gronden, beschouwd te worden als een mededeling van de ouders/verzorgers aan het hoofd van de school. Het betreft hier artikel 11 onder e (gronden voor vrijstelling van schoolbezoek) en artikel 13 (plichten voortvloeiend uit godsdienst of levensovertuiging). Er is dus geen sprake van het al of niet verlenen van verlof door het hoofd van de school of leerplichtambtenaar; een mededeling volstaat, men doet een beroep op vrijstelling. De mededeling dient uiterlijk twee dagen tevoren te worden gedaan.

Hierbij dient wel onderscheid te worden gemaakt naar religie en cultuur. Vaak zijn aan religieuzefeestdagen meerdere dagen gekoppeld die onderdeel uitmaken van de cultuur van een land of volk. Vergelijk het christelijke kerstfeest, dit bestaat uit twee religieuze dagen, 25 en 26 december, maar in Nederland wordt hier een vakantieperiode aan gekoppeld van in totaal twee (school)weken. De Islamitische feestdagen vallen volgens de in Nederland gebruikelijke tijdrekening elk jaar ongeveer 11 dagen eerder dan in het voorafgaande jaar. Vandaar dat de definitieve data kort voor de feestdagen bekend gemaakt worden. De Leerplichtwet spreekt echter niet van culturele feestdagen, enkel en alleen van religieuze feestdagen.

Het onderstaande overzicht betreft het maximaal toegestane aantal dagen, ervan uitgaande dat de dagen in een schoolweek vallen en niet in een weekend. De precieze data kunnen per jaar verschillen, het aantal dagen niet.

Chinees:
Nieuwjaar – 1 dag

Hindoestaans:
Holifeest – 1 dag
Diwali – 1 dag
Krishna Janamashtmi – 1 dag
Navratri – 1 dag
Maha Shivratri – 1 dag

Islamitisch:
Offerfeest – 1 dag
Ramadan/Suikerfeest – 1 dag

Joods:
Paasfeest – max. 4 dagen
Wekenfeest – max. 2 dagen
Joods Nieuwjaar – 1 dag
Grote verzoendag – 1 dag
Loofhuttenfeest – 2 dagen
Slotfeest – max. 2 dagen
Vreugd der Wet – 1 dag

Jurisprudentie
Bij de volgende situaties is eerder geoordeeld (ook tijdens bezwaar- en beroepsprocedures) dat er geen sprake is van andere gewichtige omstandigheden. Dit geldt zowel voor aanvragen tot en met 10 schooldagen (bevoegdheid schooldirecteur) als voor meer dan 10 dagen (bevoegdheid leerplichtambtenaar).

Er wordt geen extra verlof toegekend vanwege:
• familiebezoek/hereniging/reünie in buitenland;
• verjaardagen (over)grootouders;
• (over)grootouders geruime tijd niet (of nog nooit) gezien;
• goedkopere tickets buiten de reguliere vakantie/ het hoogseizoen;
• de reis al is geboekt en/of de tickets zijn inmiddels betaald;
• bij gebrek aan andere boekingsmogelijkheden;
• de reis is/wordt door familieleden (derden) betaald/aangeboden;
• vakantie/reis gewonnen;
• vakantiespreiding in Nederland;
• verlof voor een kind omdat een ander kind uit gezin al/of nog vrij is;
• eerder vertrek/latere terugkomst wegens topverkeersdrukte;
• samen reizen/in konvooi reizen door bijvoorbeeld de Balkan;
• kroonjaren;
• dienstroosters van werkgevers, zoals: GVB, NS, politie, brandweer, Connexxion, luchtvaartmaatschappij of taxi;
• wereldreis;
• deelname binnen schooltijd aan uitjes/reisjes georganiseerd door bijvoorbeeld sport-, muziek- of dansverenigingen;
• ontluikend talent: cursussen, toernooien, specifieke lessen ten behoeve van het talent zijn niet toegestaan onder schooltijd. Het meenemen van onderwijskundigen is geen alternatief;
• een combinatie van hierboven omschreven redenen.

Tips
• Helaas komt het wel eens voor dat een leerling of een gezinslid tijdens de vakantie ziek wordt, waardoor de leerling pas later op school kan terugkomen. Het is van groot belang dat ouders dit ondersteunen met een doktersverklaring uit het vakantieland, waaruit de duur, de aard en de ernst van de ziekte blijken.

• Het is belangrijk om ruim van tevoren aan de ouders duidelijk te maken, bijvoorbeeld in de schoolgids, dat extra verlof uitsluitend in zeer bijzondere gevallen mag worden verleend.

• Mochten de kinderen uit één gezin op verschillende scholen zitten, dan adviseren wij contact op te nemen met de directeur van de andere school, om zo tot een gezamenlijke beslissing te komen

• Indien leerlingen verzuimen zonder dat er toestemming voor verlof is verleend, is er sprake van vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim. In dergelijke gevallen dient de afwezigheid te worden gemeld aan de leerplichtambtenaar via het DUO verzuimloket (VO en MBO) of op het formulier artikel 21 (kennisgeving vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim). Dit kan ook indien er sprake is van minder dan 10 schooldagen vermoedelijk ongeoorloofd verzuim. De leerplichtambtenaar beslist of er proces-verbaal wordt opgemaakt.

• Het hoofd van de school die niet voldoet aan één van de verplichtingen opgelegd in de artikelen 18 en 21, onjuiste of onvolledige inlichtingen verstrekt, gedurende meer dan 10 schooldagen per schooljaar verlof verleent, dan wel in strijd handelt met artikel 13a lid 2, kan op grond van art. 27 van de Lpw door de Onderwijsinspecteur een bestuurlijke boete (van max. € 1000,= per overtreding tot max. € 100.000,= per schooljaar) worden opgelegd.

Bijlage 1: Wettelijk kader en procedures

Voor het beoordelen van verlof zijn de volgende bepalingen uit de Leerplichtwet van belang:

Artikel 2 Lpw schrijft voor dat een jongere is ingeschreven als leerling van een school en deze school na inschrijving geregeld bezoekt. Op grond van artikel 11 Lpw kan vrijstelling worden gegeven van geregeld schoolbezoek. Onder vrijstelling van geregeld schoolbezoek wordt in dit stuk verstaan:

- (vakantie-)verlof vanwege de specifieke aard van het beroep van een van de ouders/verzorgers om buiten de schoolvakantie met hen op vakantie te gaan (art. 11 onder f en 13a Lpw);
- verlof wegens andere gewichtige omstandigheden (art. 11 onder g Lpw)
- verlof wegens vervulling van plichten uit godsdienst of levensovertuiging (art. 11 onder e en 13 Lpw);

Een aanvraag voor verlof tot max. 10 dagen i.v.m. specifieke aard van het beroep (art. 11 onder f) of wegens andere gewichtige omstandigheden (art. 11 onder g) wordt beoordeeld door het hoofd van de school.

Een aanvraag voor verlof van meer dan 10 dagen wegens andere gewichtige omstandigheden (art. 11 onder g) wordt beoordeeld door de leerplichtambtenaar.

Voor verlof wegens religieuze verplichtingen geldt dat er recht is op vrijstelling en volstaat een mededeling van de ouders aan het hoofd van de school.

Besluiten op grond van de Leerplichtwet vallen onder administratieve rechtsbescherming. Dit betekent dat ook regels van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn.

Aanvraagprocedure
Een aanvraag voor verlof wegens specifieke aard van het beroep of gewichtige omstandigheden minder dan 10 dagen wordt ingediend door degene die het gezag over de jongere uitoefent of de feitelijke verzorger. De aanvraag dient door middel van een aanvraagformulier te worden ingediend. De aanvraag moet gemotiveerd en onderbouwd zijn met documenten die de noodzaak van verlof kunnen aantonen. Documenten kunnen ook achteraf worden ingediend. Extra verlof dient altijd te worden beperkt tot een zo kort mogelijke periode. Bij een aanvraag voor vakantieverlof moet deze 8 weken van tevoren bij het hoofd van de school worden ingediend.

Vrijstelling van geregeld schoolbezoek wegens andere gewichtige omstandigheden voor meer dan tien schooldagen, dient te worden aangevraagd bij de leerplichtambtenaar en kan uitsluitend plaatsvinden indien er sprake is van gewichtige omstandigheden buiten de wil van de ouders om en wordt slechts bij zeer bijzondere omstandigheden verleend. De periode dient altijd zo kort mogelijk te zijn. De beoordeling hiervan is echter altijd maatwerk. De leerplichtambtenaar neemt een beslissing na de mening van de directeur te hebben gehoord.

N.B.: er bestaat geen wettelijke mogelijkheid voor vakantieverlof meer dan 10 dagen buiten de schoolvakanties om!

Beschikking
De beslissing op een aanvraag moet zo spoedig mogelijk plaatsvinden, maar uiterlijk binnen acht weken. Meestal kan een beslissing veel eerder worden genomen. Het verdient echter de voorkeur om de aanvraagtermijn eveneens op acht weken te stellen zodat er voldoende ruimte is om eventueel nader onderzoek te verrichten als dat nodig is.

De beslissing op de aanvraag voor verlof wordt altijd schriftelijk en gemotiveerd genomen. Indien het verlof onder voorwaarden wordt gegeven, dan worden deze voorwaarden opgenomen in de beslissing.

Indien ouders/verzorgers niet tevoren een aanvraag voor verlof kunnen indienen in verband met een acute situatie, dan dient de directeur van de school de ouders/verzorgers te informeren dat bij terugkomst van de leerling op school, de afwezigheid achteraf zal worden beoordeeld. De noodzaak van dit vertrek dient men dan achteraf met bewijsstukken te onderbouwen.

In de beschikking dient altijd de bezwaarprocedure te worden vermeld.

Bezwaar en beroep
Indien ouders/verzorgers het niet eens zijn met de negatieve beslissing (beschikking) van de directeur van de school (minder dan 10 schooldagen), dan wel de leerplichtambtenaar (meer dan 10 schooldagen), kan men hiertegen in bezwaar.

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan men binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking een gemotiveerd bezwaarschrift indienen. In dit bezwaarschrift moet worden opgenomen:
• naam en adres;
• omschrijving van het bestreden besluit;
• gronden van het bezwaar.

Een bezwaarschrift dient altijd binnen zes weken na verzending van de beschikking, schriftelijk te worden ingediend, dan wel bij de school tegen de beslissing van de schooldirecteur, dan wel bij de leerplichtambtenaar. Een bezwaarschrift moet zijn ondertekend en gedateerd, het bezwaar dient altijd te worden gemotiveerd en in het Nederlands te zijn gesteld. De indiener krijgt de gelegenheid om het bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Daarna krijgt de indiener schriftelijk bericht over het besluit dat op het bezwaarschrift is genomen.

De behandeling van het ingediende bezwaarschrift, of beroepschrift bij de rechter, kan enkele weken in beslag nemen. Nadat men in bezwaar is gegaan tegen de beslissing kan de aanvraag, na heroverwegen, opnieuw worden afgewezen. Ouders/verzorgers kunnen dan, binnen 6 weken, hiertegen in beroep bij de rechter.

Voorlopige voorziening

Met het indienen van een bezwaar- of beroepschrift wordt de werking van het besluit niet opgeschort. Wel kan men bij de voorzieningenrechter van de Rechtbank te Arnhem een voorlopige voorziening aanvragen (art. 8:81, Awb). Griffiekosten zijn hiervoor verschuldigd. Voor het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening is vereist dat men tevens een bezwaar- of beroepschrift heeft ingediend. De rechter kan een voorlopige voorziening volgens de wet treffen ‘indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist’. Het verzoek kan door de rechter worden toe- of afgewezen.

Via onderstaande link kunt u thuis het formulier uitprinten, invullen en op school inleveren.

Aanvraagformulier vrijstelling schoolbezoek andere gewichtige omstandigheden art 11 onder g en art 14 LPW

aanvraagformulier vrijstelling schoolbezoek vijfjarigen art 11a LPW

aanvraagformulier vakantie buiten schoolvakantie art. 11 onder f en 13 a LPW